Disco
In de voor mij nieuwe leergang Disco ben ik inmiddels aanbeland bij les 13. Dat is de les waarin voor het eerst wordt uitgelegd dat bijvoeglijke naamwoorden congrueren met een zelfstandig naamwoord (meestal tenminste) en waarin alle vormen van bonus op een rijtje (of eigenlijk: in drie rijtjes) zijn gezet.
Het lijkt me rijkelijk laat, zeker als je ziet wat er ook in deze les wordt behandeld: alliteratie, asyndeton en chiasme. (Anafoor en retorische vraag zijn al in les 6 behandeld) Moeten tweedeklassertjes daar nou echt al mee worden lastig gevallen?
Ik vind hoe dan ook al dat al die stijlfiguren later in de examenboeken overdreven veel aandacht krijgen. Mijn zesdeklassers hebben grote moeite zich door het Latijn van Cicero heen te slaan, maar zijn vooral als de dood dat ze een stijlfiguur missen, sinds ze van vriendjes op het "echte" gymnasium van de stad hebben gehoord dat hun leraar heeft geconstateerd dat niet alle stijlfiguren in het hulpboek staan aangewezen, waardoor ik me nu genoodzaakt voel om elke keer dat er drie dingen in één adem worden genoemd 'tricolon' te roepen. Ik durf wel de stelling aan dat ik nu meer met stijlfiguren bezig ben dan dat tijdens mijn hele studie aan de universiteit is gebeurd.


Reacties